Steun voor wijkgezondheidscentra

22-01-2018

Goed nieuws voor de nieuwe wijkgezondheidscentra die de provincie Antwerpen op haar grondgebied helpt opstarten. Een onafhankelijke audit bevestigt hun waarde in het zorglandschap. Daardoor kan de financiële ondersteuning die de provincie vorig jaar reeds had voorzien eindelijk worden ingezet. 

Een flink jaar geleden opende in Herentals het eerste wijkgezondheidscentrum van de Kempen. In zo’n centrum kan iedereen terecht voor multidisciplinaire geneeskundige zorgen. Dat wil zeggen dat je in hetzelfde gebouw naast een dokter ook vaak een psycholoog kunt vinden, een maatschappelijk assistent, een verpleegkundige, enz. Dit heeft onder andere als voordeel dat je medisch dossier intensief wordt opgevolgd.

Nog een belangrijk onderscheid met de klassieke huisarts is dat je voor de consultaties niet hoeft te betalen. Het centrum krijgt voor iedere patiënt een rechtstreekse forfaitaire vergoeding van de overheid.

In Herentals was men echter genoodzaakt te starten als een gewone huisartsenpost en kon de dienstverlening maandenlang niet worden uitgebreid omdat de minister van Volksgezondheid weigerde nieuwe wijkgezondheidscentra te erkennen in afwachting van een onafhankelijk onderzoek naar de werking van zulke huizen. Hetzelfde gebeurde enkele maanden later in Heist-op-den-Berg. Die audit raakte eind januari 2018 eindelijk klaar en is positief voor de wijkgezondheidscentra.

Minister De Block heeft haar verzet daarom opgeheven en dat is goed nieuws voor de Kempen. De provincie Antwerpen had immers vorig jaar al een bedrag van 150.000 euro gereserveerd voor de uitbouw en opstart van zulke centra in Herentals, Heist-op-den-Berg, Geel en Turnhout. Die middelen kunnen nu eindelijk ingezet worden.

Na één jaar werking blijkt uit de Herentalse patiëntendossiers dat 1 bezoeker op 4 nood heeft aan psychologische bijstand. Met het extra budget van de provincie kan daarvoor nu spoedig een extra medewerker in dienst worden genomen, waardoor de huisartsen zich meer op de medische zorg kunnen concentreren.

Lees het artikel in Gazet van Antwerpen van 23 januari 2018.

Social Media: