RTV gaat de boer op

20-06-2018

Land- en tuinbouwers hebben het vandaag niet gemakkelijk. Daar zijn diverse redenen voor. Eén daarvan is de prijszetting. Het is nauwelijks te geloven hoe weinig een boer vandaag betaald krijgt voor de producten waar hij met hart en ziel aan gewerkt heeft. De grote winsten gaan naar de distributeurs en de supermarkten. Dat is een mechanisme dat wij als provinciebestuur jammer genoeg niet kunnen beïnvloeden. Zoiets moet op internationale schaal gebeuren. We moeten daarvoor onder andere naar Europa kijken. Wat wij wel kunnen doen vanuit de provincie is steun geven aan die land- en tuinbouwers die extra inkomsten proberen te genereren uit verbredingsactiviteiten : door klassen en groepen te ontvangen, door een bed & breakfast op te starten, door een hoevewinkel te openen waar ze hun eigen producten en die van hun collega’s via een korte keten rechtstreeks aan hun consumenten verkopen voor een eerlijke prijs, enzovoort. Voor zulke ondernemers richt de provincie Antwerpen geregeld vormingsmomenten in (bijvoorbeeld rond marketing of voedselveiligheid), we ondersteunen ondernemersnetwerken zoals Pure Kempen of de Merode-ondernemers, en met onze plattelandssubsidies geven we een extra duwtje in de rug om creatieve innovatieve ideeën te ontwikkelen, van een distributienetwerk tot een landbouwleerpad.

Een andere mogelijkheid om meer inkomsten te genereren is om op een intensievere manier aan landbouw gaan doen, uitbreiden met andere woorden : meer dieren, grotere stallen, grotere serres, … Maar dat is niet evident. Omdat het veel geld kost uiteraard, maar ook omwille van nog tweede probleem : onze beperkte ruimte. Eeuwenlang waren onze gronden voornamelijk voor de landbouw bestemd. Vandaag is dat niet meer het geval en moeten we een goede verdeling zoeken tussen natuur, landbouw, bewoning, industrie, enzovoort. Voor de open ruimte die er over nog is zijn er verschillende gegadigden naast de land- en tuinbouwers : natuurliefhebbers, wandelaars en fietsers, paardenhouders, enzovoort. Het is zoeken naar een kostbaar evenwicht om al die partijen een fair aandeel te geven, liefst in goed nabuurschap of nog beter door ze met elkaar te laten samenwerken en voor elkaar een meerwaarde te betekenen. Op dat terrein speelt de provincie vandaag ook een belangrijke rol : met haar vergunningenbeleid, met de nieuwe nota ruimte, door het ontwerpen van ruimtelijke structuurplannen, het ontwerpen van gebiedsgericht beleid zoals ARO in Arendonk, Ravels en Oud-Turnhout, enzovoort.

Essentieel bij alletwee (zowel het ruimtelijke als het economische verhaal) is een goede kennis van de situatie en begrip voor elkaar. Onbekend maakt onbemind. Het is geen geheim dat veel land- en tuinbouwers zich vandaag door de rest van de samenleving onbegrepen voelen. Veel mensen hebben totaal geen idee meer van wat een boer precies doet, hoe zijn dag eruit ziet, hoeveel hij verdient, wat zijn zorgen zijn of waar hij plezier aan beleeft. Dat is merkwaardig want het is vermoedelijk nog niet meer dan één generatie geleden dat wij op het platteland allemaal wel iemand in de familie hadden die in de landbouw actief was en dat er in elke klas wel minstens één boerenzoon of –dochter zat. Dat is vandaag niet meer het geval. En daardoor zijn we van deze sector vervreemd geraakt. je leest wel eens dat veel kinderen niet meer weten dat melk van een koe komt of dat tomaten aan planten groeien … Ik vrees dat dat waar is.

Landbouweducatie is daarom één van de belangrijke thema’s waar wij als provinciebestuur met onze plattelandssubsidies op inzetten. We doen dat graag op een moderne, creatieve manier met hedendaagse communicatiemiddelen om veel volk te bereiken. En die hoeven niet altijd hightech te zijn. Ik verwijs naar het project “Waddisda” van RURANT dat de namen van landbouwvoertuigen en -werktuigen afficheerde op de achterkant van bussen van De Lijn, die daarmee door de hele Noorderkempen reden. In datzelfde rijtje past dit project van RTV. En ik ben zeer blij dat zij als regionale zender zelf het idee hebben opgevat om deze reeks te maken. Dit is dus niet een serie die zij in opdracht van de provincie Antwerpen maken, wel een eigen initiatief. En omdat het past binnen onze eigen doelstellingen, ondersteunen wij dit graag en is het ook geselecteerd door de jury voor onze plattelandsprojecten.

RTV is voor deze reeks niet over één nacht ijs gegaan. De makers hebben zich goed voorbereid, onder andere samen met medewerkers van Boerenbond en onze Dienst voor Landbouw en Plattelandsbeleid. De meerwaarde van deze samenwerking is net die koppeling van inhoudelijke expertise aan de ene kant en de mediavaardigheid van de andere kant. Ik twijfel er dan ook niet aan dat we straks een sterk programma zullen te zien krijgen met enthousiaste land- en tuinbouwers, die model staan voor heel veel collega’s.

Dit programma brengt de agrarische sector tot in de woonkamer van 170.000 kijkers. Wie zich daarna nog wil verdiepen in dit onderwerp, zal naast de TV-uitzendingen online ook nog extra informatie kunnen vinden. Het effect waar we op mikken is de boerenstiel weer minder onbekend en meer geliefd te maken bij het grote publiek, wat moet bijdragen tot een groter maatschappelijk draagvlak voor onze land- en tuinbouw. Ik wens alle makers en deelnemers aan deze reeks heel veel succes met de opnames, ik wens jullie daarbij ook mooi weer en ik kijk uit naar het resultaat in augustus.

RTV maakte een reportage over de start van de opnames: 

 

Social Media: