De Kolonies: de trein is vertrokken

02-06-2017

Hieronder leest u de tekst van het sofageprek dat TV-presentator Lieven Van Gils op 2 juli met mij had bij de plechtige opening van het bezoekerscentrum en de brasserie van Merksplas Kolonie, in aanwezigheid van de Vlaamse minister-president en de minister van Toerisme. 

(LVG) Peter, U heeft als gedeputeerde bij de Provincie Antwerpen heel wat bevoegdheden die aansluiten bij de Kolonies.  Met welke ambitie bent u erbij betrokken?

(PB) Het klopt dat heel wat van mijn bevoegdheden aansluiten bij het project van de kolonies: plattelandsbeleid, Europese Samenwerking, sociale economie, Welzijn, Wonen,  … Ik denk de provincie Antwerpen de voorbije jaren vanuit al die domeinen al geïnvesteerd heeft in de Kolonies. Als je alles optelt, spreken we ondertussen al over bijna 15 miljoen euro. En in de toekomst willen we – waar we dat kunnen – onze rol zeker ook blijven spelen. Ik denk dat dat aantoont welke waarde de provincie hecht aan de ontwikkeling van dit gebied. Dit is één van die plaatsen waar het verleden, het heden en de toekomst elkaar de hand reiken. En ik denk dat we zulke plaatsen moeten koesteren. Dat is ook voor de toekomstige generaties belangrijk, omdat zij ook kunnen leren van wat hier gebeurt en gebeurd is.

Ik verwijs dan graag de oorsprong van de Rijksweldadigheidskolonies van Wortel en Merksplas, die in de Hollandse tijd zijn opgericht als een prille vorm van sociale zorg. Wortel was toen een 'vrije’ kolonie waar arme gezinnen een kleine boerderij kregen toegewezen. In de 'onvrije’ kolonie van Merksplas werden mensen zonder thuis of inkomen opgevangen. De utopische gedachte was dat ‘landlopers' door het werk op de grote hoeves arbeidsethiek, orde en regelmaat zouden leren kennen en zo hun leven weer op de rails zouden krijgen.

Vandaag sluiten we mensen natuurlijk niet meer op maar ik denk dat we die sociale gedachte, die aan de basis van dit hele verhaal heeft gelegen, ook vandaag en morgen in ere moeten houden en dat we mensen uit kansengroepen in de Kolonies de gelegenheid moeten geven om vooruit te komen in het leven. Kortom, dat we het sociale experiment van Johannes van den Bosch absoluut moeten verder zetten.

Dat kan op veel manieren: via sociale economie, met nieuwe woonvormen, enzovoort. Kempens Landschap heeft trouwens al bewezen dat dat kan. Ik denk aan de manier waarop zij het Fort van Duffel beheren. Daar wordt het horeca-gedeelte uitgebaat door een vzw die personen met autisme werkervaring laat opdoen en dat is stilaan aan het uitgroeien tot een klein opleidingscentrum voor mensen met autismespectrumstoornis. Dat soort dingen moet ook lukken op des Kolonies van Wortel en Merksplas. En we zullen daar ook middelen voor zoeken: bij Europa, in onze fondsen voor sociale economie, door LEADER-projecten rond plattelandsarmoede, enz.

(LVG) Wat is er nog nodig om het verhaal van Wortel en Merksplas Kolonie te continueren/verder te versterken?

(PB) De voorbije jaren hebben we vooral uit publieke middelen kunnen putten, subsidies gebruikt met andere woorden, om onze visie hier te realiseren. Maar dat kan natuurlijk niet ten eeuwigen dage blijven duren. Daarom begint het échte werk nu pas. Na meer dan 20 jaar zal deze site opnieuw beheerd moeten worden. Onze expertise zal zich in de toekomst misschien verder kunnen focussen op de opmaak van onderhoudsplannen, samen met de lokale besturen, met het Agentschap onroerend Erfgoed, met private partners op de Kolonie en met andere stakeholders. Maar we gaan dus zéker ook moeten inzetten op een economische herbestemming om de investeringen die wel al gedaan houden te onderhouden en te laten renderen. Het grote voordeel is dat Kempens Landschap daar al veel ervaring mee heeft vanop andere domeinen. Het resultaat zien we hier o.a. met de uitbating van de brasserie en het hotel.

Ik denk dat er nog veel kansen openliggen in de Kolonies : nieuwe toeristische ontwikkelingen, nieuwe partnerschappen, … We moeten blijven dromen en het gebied blijven ontwikkelen, op veel manieren. Ik heb jou horen zeggen, Lieven, “wat dood lijkt, weet tot leven brengen”. Ik denk dat dat onze missie goed samenvat. Deze Kolonies hebben nog een enorm groeipotentieel. Dit verhaal is nog niet ten einde. 

(LVG) Wat is uw droom nog voor de Kolonies?

(PB) Dan ga ik toch terug naar wat ik daarstraks zei over verder werken in de geest van de stichters van De Kolonies en dan denk ik dat we in de Kolonies kansen moeten blijven geven aan mensen een time out nodig hebben of die een duwtje in de rug verdienen om de draad weer op te pikken. Eén van de ideeën die we nog aan het uitwerken zijn – en we zijn daarvoor al in overleg met minister Geens van Justitie en met de sociale huisvestingsmaatschappij – is om een soort van “doorstarthuis” te maken op Kolonies, waar ex-gedetineerden wanneer ze net zijn vrijgelaten via aangepast werk en een vorm van begeleid wonen kunnen reïntegreren in de maatschappij. Voor een sociale tewerkstelling denk ik dat dit landschap genoeg kansen biedt - ook het Agentschap voor Natuur en Bos staat daarvoor open - en we hebben ook al met Corsendonk Hotels samengezeten om te kijken of ze werknemers uit kwetsbare groepen kunnen inschakelen - en die bereidheid is er ook. Vanuit de sociale economie en vanuit ons provinciale woonbeleid kunnen we zo’n initiatief zeker ondersteunen.

Ik denk dat we daarmee ook een immateriële meerwaarde bieden aan de Kolonies en dat we aan de bezoekers kunnen tonen dat we hier vandaag nog altijd werken met dezelfde sociale bevlogenheid als in de 19de eeuw. 

ZIE ook hieronder de tv-reportage die Het Journaal maakte: 

 

Social Media: