De Kempen Atlas al gezien ?

14-09-2017

Er is de voorbije weken al veel belangstelling geweest voor de Kempen Atlas, zowel voor het schitterend uitgegeven boek als de tentoonstelling in de Warande, en dat verbaast mij helemaal niet. De Kempen heeft dan ook iets fascinerends. En dat zeg ik niet, of toch niet alleen, uit chauvinisme.

Het was een medewerker op mijn kabinet die mij erop attent maakte dat in de winkelrekken van iedere supermarkt in België “Kempense koffiewafels” liggen, die in Eeklo gebakken worden en over heel het land verkocht worden. Zelfs in Wallonië smult men dus van “galettes campinoises”. Als je dat voor elkaar krijgt, is het minste wat je kunt zeggen dat je als regio op de kaart staat.

Dat is ook zo Maar jammer genoeg pakken we daar te weinig mee uit. Integendeel, het Calimero-gevoel is bij veel Kempenaars bijzonder goed ontwikkeld. Een Kempenaar klopt zichzelf niet zo vaak op borst, zoals een Antwerpen dat zo goed kan. Onze voorouders hebben daar ook niet veel tijd voor gehad. Hun dagen waren gevuld met noeste arbeid in een strijd om te overleven op onvruchtbare zanderige bodems.

Kempenaars staan daarom – ook vandaag nog, ga het maar eens vragen in de bouwsector – bekend als harde werkers, die goede kwaliteit afleveren. De waarden die de duurbetaalde marketeers van die wafels aan hun product willen kleven door er het woord “Kempense” voor te gebruiken zijn trouwens net dezelfde : degelijkheid en traditie.

Maar daar mag het niet bij blijven : een regio die enkel daarop vertrouwt en slecht voortbouwt op de waarden uit het verleden, zal langzaam wegkwijnen. En dat mag niet gebeuren.

Wij moeten daarom ook vóóruit kijken, naar de uitdagingen die voor ons liggen. We komen als streek uit een moeilijke overgang waarin de meeste mensen voornamelijk in de landbouw en de maakindustrie tewerkgesteld waren en de transitie naar een innovatieregio is nog volop aan de gang.

Dat is een actieve zoektocht, waar we met zijn allen op moeten inzetten. Het is niet om het moment om achterover te leunen en te denken dat anderen het wel voor ons zullen doen. Wie alle heil van Vlaanderen, van het federale België of van Europa verwacht, zal van een kale reis thuiskomen, vrees ik. We zullen allemaal de handen uit de mouwen moeten steken, hier, in onze eigen streek, met onze eigen mensen.

Ik sta met die mening niet alleen. Ze is breed gedragen. Ook het Streekplatform Kempen kiest resoluut voor innovatie op alle domeinen : van energie tot wonen, van zorg tot cultuur en ga zo maar door. We kunnen daar allemaal onze rol in spelen.

Neem nu onze Kempense bouwsector. Die staat hoog aangeschreven, zoals ik al zei, maar in veel bedrijven wordt nog gemetseld zoals 40 jaar geleden. En dat terwijl de robotisering en nieuwe technologieën zoals het 3D-printen oprukken. Als Kempenaars mogen we die boot niet missen. Anders komen buitenlandse bedrijven hier straks de lakens uitdelen.

Ik ben dan ook blij dat initiatieven zoals de Kempen Atlas niet alleen nostalgisch terugblikken, maar ook met frisse ogen naar vandaag en zelfs naar morgen kijken. In woord en in beeld.

Aan de basis van dit initiatief ligt Ar-Tur, een vzw die dit jaar overigens tien jaar bestaat. Als centrum voor architectuur, stedelijkheid en landschap in de Kempen streeft Ar-Tur vanuit de Warande naar de verbetering van de kwaliteit van de gebouwde omgeving in de Kempen. Het is een vaste waarde geworden in ons provinciaal cultuurhuis als onderdeel van het gekende Warandemodel.

Het is mij opgevallen dat Ar-Tur in de loop der jaren architectuur meer en meer vanuit een brede maatschappelijke visie is gaan benaderen. En dat is goed, want niets – en zeker een gebouw niet – staat op zichzelf. Zo komen vaker thema’s als wonen, welzijn, en het behoud van open ruimte aan bod en zijn er raakvlakken ontstaan met de provincie Antwerpen die verder gaan dan alleen cultuur en architectuur.

Wij hebben al een paar keer succesvol met elkaar samengewerkt en we doen dat nog altijd. Ik denk bijvoorbeeld aan de woonlabo’s die we samen opgezet hebben, eerst in Beerse, later in de hele stadsregio en daarna nog op verschillende andere plaatsen in de Kempen, waarin met verschillende actoren werd nagedacht over manieren om in de schaarser wordende open ruimte toch nog onze woondromen waar te kunnen maken.

Ik denk aan het participatieproject “geWOONtebreker” dat Ar-Tur voor ons begeleidt in Westerlo, dat draait rond zorg, ouderenzorg en wonen. Even succesvol was de begeleiding van de architectuuropdracht voor de herbestemming van de pastorie van Oosthoven, in opdracht van Regionaal Landschap Kleine en Grote Nete en de Bosgroep Noorderkempen.

In die trajecten brengt Ar-Tur mensen van verschillende achtergronden bij elkaar voor diepgaande, inspirerende gesprekken en uitstappen, workshops, lezingen, debatten, tentoonstellingen en ga zo maar door.

Het bewijst dat Ar-Tur niet in een ivoren toren zit - hoe mooi die architecturaal ook zou mogen zijn - maar wel midden in de samenleving staat. De organisatie is naast een kenniscentrum ook een belangrijk open discussieplatform geworden.

Dat blijkt ook uit de manier waarop ze de Kempen Atlas hebben opgebouwd. Het is een bron van kennis geworden, met kaarten die het unieke DNA van de Kempen blootleggen. Gelaagde kaarten, die niet alleen de evolutie van de ruimtelijke staat van de Kempen weergeven, maar ook de diverse uitdagingen van deze regio laten zien. Dat is geen sinecure, als je weet dat dergelijke kaarten wel bestaan voor klassieke thema’s als de bodem, maar nooit eerder op deze manier werden gemaakt voor thema’s als welzijn of cultuur.

De Kempen Atlas verbindt dus heden en verleden én zet bovendien aan tot denken, nodigt uit tot dialoog. In de tentoonstelling vind je een kaartenmakers-atelier. De bezoeker kan er thematische en historische kaarten bestuderen, maar wordt tegelijk ook geprikkeld en uitgenodigd om ze mee aan te vullen. Er is zelfs een speciale discussieruimte voor voorzien. Het is een expliciete uitnodiging om geen toeschouwer te blijven maar om mee IN de Kempen Atlas te stappen en de toekomst mee te bepalen.

Stof om over na te denken is er genoeg. De synthesekaart laat zien hoe diverse thema’s op elkaar ingrijpen. Samenwerking tussen verschillende sectoren en beleidsdomeinen is vandaag meer dan ooit nodig, dat is de les voor ons beleidsmakers.

Zoals overal worden ook hier in de Kempen de uitdagingen complexer, niet in het minst door veranderingen in de bevolkingssamenstelling, het grondgebruik en het klimaat. Maar ik ben niet pessimistisch. Wan wat boek en tentoonstelling ons ook leren in om geloof en vertrouwen te hebben in de maakbaarheid van onze leefomgeving. Getuige daarvan zijn de kaarten van de historische experimenten, die doorheen de tijd in onze streek hebben plaatsgevonden. De Kempen Atlas laat op dezelfde manier een glimp zien van de kansen en uitdagingen van morgen. Afhankelijk van de keuzes die we samen maken, gaan we al dan niet mooie tijden tegemoet.

Ar-Tur geeft alvast een aanzet met zijn Kempenlabs, waarin co-creatieve trajecten worden opgestart rond specifieke ruimtelijke en maatschappelijke thema’s. In de voormalige Landloperskolonie van Merksplas is zo een Kempenlab georganiseerd, waar ik zelf aan heb deelgenomen, en het doet deugd om vast te stellen dat dit platform aanleiding heeft gegeven tot nieuwe samenwerkingen tussen lokale en bovenlokale organisaties en instanties. In dat soort ontmoetingen  en dialogen kan dus wel degelijk de kiem liggen voor nieuwe oplossingen. 

Laat dat ook de rol zijn van deze Kempen Atlas. De kaarten kunnen dienen als aanzet voor ontwerpend onderzoek en de afbakening van beleidsprioriteiten. Bijzondere projecten zoals de  kolonies, onze kanalen of het buurtspoorwegennetwerk van weleer kunnen ook nu nog inspiratie bieden voor nieuwe toekomstplannen.

Ik kan dus enkel besluiten met te zeggen : gaat dat zien, lees en kijk en bewonder, laat u inspireren en ga daarna met elkaar in dialoog. En nodig dan uw vrienden en uw buren uit om hetzelfde te doen. Deze Kempen Atlas is voor iedereen een uitnodiging om mee te werken aan een duurzame toekomst voor onze Kempen. Hoe fantastisch zou het wel niet zijn om over enkele decennia achterom te blikken en te kunnen zeggen : “ Weet je nog ? Daar is het allemaal begonnen, met die tentoonstelling, met dat boek.”

 

Social Media: