Alleen overleven ?

25-09-2018

Toespraak bij de kick off van het project 'Alleen overleven?" 

Goedemorgen allemaal,

Als gedeputeerde ben ik niet alleen bevoegd voor plattelandsbeleid, maar ook voor Europese samenwerking. In dit geval komen die beiden samen. LEADER is namelijk een subsidieprogramma dat specifiek voor het platteland bedoeld is én dat gefinancierd wordt door de provincie, Vlaanderen En Europa. Van alle subsidieprogramma’s die ik ken, is LEADER mijn favoriete. Ik zal u uitleggen waarom. 

LEADER is heel regionaal georganiseerd. In de provincie Antwerpen zijn er 31 plattelandsgemeenten die in aanmerking komen voor LEADER-subsidies. Die gemeenten zijn verdeeld in 3 regio’s. Ravels maakt samen met nog 6 andere gemeenten deel uit van het gebied LEADER Kempen Oost. Merksplas ligt in het LEADER-gebied MarkAante Kempen Plus, dat 13 gemeenten telt. In die regio’s worden alle beslissingen die met LEADER te maken hebben, genomen door een zogenaamde Plaatselijke Groep. Daar zitten mensen in zoals u en ik : lokale politici, vrijwilligers, mensen uit het verenigingsleven, landbouwers, ondernemers uit de streek, enzovoort. Binnen het kader dat Vlaanderen en Europa hebben afgesproken, nemen zij de beslissingen : zij bepalen rond welke thema’s er projecten ingediend kunnen worden, zij beoordelen de aanvragen, verdelen de subsidies en volgen de projecten mee op. Dat gebeurt niét door anonieme ambtenaren ergens ver weg in Brussel. En dat is heel belangrijk. Want die mensen van de Plaatselijke Groep weten veel beter wat er leeft in hun eigen dorpen. Die weten wat de échte uitdagingen zijn. En die weten óók waar de kansen liggen, bij wie ze moeten zijn om naar oplossingen te zoeken, wie de mannen en vrouwen zijn die ze moeten aanspreken om dingen in beweging te zetten, wie ze bij elkaar moeten zetten om tot het beste resultaat te komen.

Dat is waarom ik met LEADER-middelen al heel veel mooie dingen heb zien realiseren op ons platteland. Het zijn niet altijd grote spectaculaire projecten die heel veel geld kosten, maar wel heel relevante zaken. Realisaties die dicht bij de gewone mensen staan, die in een dorp en in een regio het verschil kunnen maken. Ik was dan ook heel blij dat alle drie de Plaatselijke Groepen van LEADER in onze provincie een paar jaar geleden, toen ze de thema’s vastlegden waarrond ze wilden werken, akkoord gingen om naast twee wisselende thema’s – zoals streekidentiteit of biodiversiteit – ook één gezamenlijk thema te kiezen waarvan ze zeiden : “Awel, daar gaan wij alle drie op inzetten, omdat we dat zo belangrijk vinden.” Dat thema is “armoede en kwetsbaarheid op het platteland”.

In het begin waren er mensen die verbaasd reageerden en zeiden : “Maar allee, d’er is hier toch niet zo veel armoede. Dat is iets voor de stad. Moeten wij daar nu Europese subsidies voor het platteland voor gebruiken?” Ik kan die reactie begrijpen. Want armoede op het platteland is minder zichtbaar dan in de stad. Wij worden hier niet dagelijks geconfronteerd met bedelaars. Die zie je inderdaad meestal alleen in de stad op straat; hier bij ons af en toe misschien eens aan de supermarkt. Maar dat wil niet zeggen dat er geen armoede is. Integendeel. Op het platteland, in gemeentes als Ravels of Merksplas, zijn er ook mensen die de eindjes niet of nauwelijks aan elkaar kunnen knopen, die zonder hulp het einde van de maand niet halen. En ze zijn met meer dan we denken.

Armoede op het platteland is een verdoken problematiek die verschillende vormen aanneemt :

Armoede is het kind dat met een lege brooddoos naar school moet of dat niet naar het verjaardagsfeestje van een klasgenootje kan omdat de ouders geen cadeautje kunnen betalen.

Armoede is die mevrouw die al buikpijn heeft, maar het bezoek aan de dokter uitstelt omdat ze bang is dat ze dan naar het ziekenhuis moet, dat ze niet kan betalen.

Armoede is die alleenstaande man die straks voor de derde winter op rij geen stookolie kan bestellen en dan maar slaapt met drie dekens over zich heen.

Armoede is dat gezin met vier kinderen dat nog nooit op vakantie is geweest.

Armoede is die meneer die helemaal aan het einde van het verste gehucht woont en jaar in jaar uit één keer per week met zijn fiets in het dorp boodschappen komt doen, omdat hij geen auto kan betalen en omdat er geen bus rijdt.

Het volstaat om goed om ons heen te kijken om te weten dat armoede niét iets van de stad is, maar iets van ons allemaal. Het heeft te maken met koopkracht, mobiliteit, gezondheid, vereenzaming, onderwijs, …. Armoede heeft een effect op alle domeinen van onze samenleving.

Dames en heren, net vóór “niet meer rond komen” staat een andere fase : “moeilijk rond komen”. Heel vaak is er maar een klein zetje nodig om van de ene situatie in de andere verzeild te raken, van de regen in de drup als het ware. Mensen die “moeilijk rond komen” vallen nóg minder op in het straatbeeld dan wie arm is, maar ze zijn even kwetsbaar. Wat het project dat we vandaag voorstellen – Alleen overleven? – zo bijzonder maakt, is dat het focust op een deel van die groep, met name alleenstaande ouders met kinderen, en alleenstaande 70-plussers. Het project onderzoekt waar die mensen tegenaan lopen, wat hun besognes zijn.

Daar is een bevraging voor nodig, die in de eerste fase van het project zal worden uitgevoerd. Daarna worden die resultaten verwerkt, niet tot een interessant dossier dat ergens in een kast belandt, maar tot een reeks heel concrete aanbevelingen, waar de OCMW’s van Ravels en Merksplas effectief mee aan de slag zullen gaan om mensen te begeleiden en uit de armoede te houden. De kennis en de ervaring die zij daarmee opdoen, delen zij met andere OCMW’s en hulporganisaties in de Kempen. Ik durf zelfs hopen dat heel Vlaanderen erdoor geïnspireerd zal raken. Dán hebben we in de Kempen met onze LEADER-subsidies een verschil gemaakt, een baken verzet in de strijd tegen armoede.

Ik rond af met u allemaal veel goede moed en veel succes te wensen. En u bent met velen. Het project “Samen Overleven?” telt meer dan 25 partners. Samenwerken is altijd een essentieel onderdeel van een LEADER-project, maar zoveel partners heb ik nog maar zelden bij elkaar gezien. Dat is een goed teken. Het toont aan dat heel veel mensen achter dit project staan, er het nut van inzien, het mee willen ondersteunen. Het is de beste garantie voor een dynamisch project. Ik wel jullie nu al bedanken voor jullie inzet. Een bijzonder woord van dank ook aan de twee Plaatselijke Groepen die dit project hebben goedgekeurd. Dat was een hele goede beslissing. Dit is een uniek project op maat van het platteland, dat zich buigt over een zeer relevant probleem. De eurocraten in Brussel mogen gerust zijn, hun middelen zijn goed besteed.

Peter Bellens

Voorzitter LEADER provincie Antwerpen / Gedeputeerde voor Plattelandsbeleid

 

Social Media: